Plan je PHD – 5 Tips voor promoveren zonder stress

In de vorige blogpost werd uiteengezet waarom PHD’ers hun motivatie verliezen. In deze blogpost geeft Kinge Siljee, ervaren promotiebegeleider, tips voor een plan om stressvrij (nou ja, stress-arm) te promoveren.

Ooit ben je enthousiast begonnen aan je PHD, maar hoe langer een project duurt, hoe moeilijker het is om je enthousiasme vast te houden. Met deze vijf tips blijf je gemotiveerd en rond je het promotietraject sneller af.

1. Plan realistisch
Natuurlijk wil je de hemel bestormen met je promotieonderzoek, maar het is belangrijk dat je je onderzoeksveld zo kernachtig afbakent als je maar kunt. Bedenk je dat een rivier die je niet indamt, een modderige delta wordt. Diepgang binnen je specialisme bereik je alleen door de oevers van je onderzoek zo goed mogelijk in te dijken.

2. Vergelijk je werk
Vergelijk je promotieonderzoek eens met dat van andere promovendi. Hoe gaat het met hen? Welke frustraties hebben zij? Lopen ze inhoudelijk tegen dezelfde problemen aan? Hebben ze dezelfde problemen met voorstellen, congressen, fondsen en beurzen? En vooral: hoe omvangrijk is hun promotieonderzoek? Wat doen ze wel, en wat laten ze achterwege? Hoe beschrijven zij discours, betrouwbaarheid en validiteit in hun proefschrift?

3. Werk samen met anderen
Promoveren is het ultieme eenzame werk. Je schrijft een dik boek in de periode van vier jaar, en het meeste doe je alleen. Dat geldt voor andere PHD’ers ook. Als je samen met hen aan de slag gaat, bijvoorbeeld op een kantoortje of in de bibliotheek, dan begin je er met meer plezier aan. Als je ook nog ziet hoe anderen met dezelfde issues worstelen, worden eventuele tegenslagen draaglijker. Zeker als je buitenpromovendus bent, moet je ervoor zorgen dat je met andere extranei contact legt! De meeste universiteiten hebben een promovendi-netwerk. Kijk anders eens wat er op je faculteit voor aio’s en oio’s wordt georganiseerd. Vaak zijn buitenpromovendi daar ook welkom.

4. Vraag om hulp
Ook promoveren is een leerproces. Je bent doctor in spe, of assistent in opleiding. Dat betekent dat je nog aan het leren bent hoe je onderzoek moet doen en hoe je het opschrijft. Het is niet erg als je daarin fouten maakt of twijfels hebt. Het kan absoluut geen kwaad om daar hulp voor in te schakelen. Dat doen wetenschappers namelijk ook: congressen zijn niet voor de gezelligheid, maar om ideeën uit te wisselen, elkaar opbouwende kritiek te geven en enthousiasme voor onderzoek te behouden. Dus: vraag om hulp, bij je promotor, bij je medepromovendi, of bij Studiemeesters.

5. Eye on the ball
Houd je plan voor ogen, eye on the ball. Je wordt doctor; er zal een proefschrift in de kast komen te staan met jouw naam erop. Ook een promovendus die af en toe zijn of haar motivatie was verloren, en zenuwachtig wachtte tot de pedel hem of haar verloste van de discussie met de promotoren over de stellingen van het onderzoek, krijgt een doctorstitel. Je gaat iets bijdragen aan de wetenschap, en je kunt achteraf trots zijn op je prestatie. Ook jouw proefschrift komt op een dag van de drukpers rollen!


Begint de tijd te dringen en heb je behoefte aan structuur of een stok achter de deur? Meld je aan voor een vrijblijvende kennismaking.

Meld je aan

ARCHIEF