Veelgebruikte modellen voor hbo-scripties

Vaak is het mogelijk om voor het beantwoorden van de hoofdvraag of de deelvragen van je scriptie een model te gebruiken. Bij veel studies is dit zelfs een verplicht onderdeel van de scriptie. Het model dat je wilt gebruiken, bespreek je in het theoretisch kader. Maar voordat je dit kunt doen, moet je eerst het meest relevante model voor jouw scriptie kiezen. Veel studenten vinden het lastig om het voor hen juiste model te vinden. Daarom zetten we voor jou, in alfabetische volgorde, de 13 modellen op een rijtje die in hbo-scripties het meest worden gebruikt.

3C-model, oftewel de strategische driehoek

Dit model, bedacht door Kenichi Ohmae, gaat ervan uit dat er drie factoren zijn die aan bedrijfssucces bijdragen: het bedrijf zelf (Corporation), de klant (Customer) en de concurrentie (Competition). Volgens Ohmae bestaat er een balans tussen deze factoren: de zogenaamde ‘strategische driehoek’. Door de drie factoren te analyseren krijg je inzicht in de wijze waarop het bedrijf zich op een waardevolle manier van de concurrentie kan onderscheiden. Daar kan vervolgens de bedrijfsstrategie op aangepast worden.

5 Product Levels

Philip Kotler onderscheidt 5 ‘product levels’ waarin een product zich vanuit het perspectief van de consument kan bevinden: basis, generiek, verwacht, aangevuld en potentieel. Een consument is volgens Kotler pas tevreden over een product wanneer dat voldoet aan de verwachte waarde of hoger scoort dan die waarde. Volgens Kotler draait het bij concurrentie tussen bedrijven niet zozeer om de waarde van het product zelf, maar om de waarde die een bedrijf aan het product kan toevoegen in de vorm van adviezen, dienstverlening, verpakking, reclame en andere zaken die voor een consument van waarde zijn.

5W-model voor afnemersanalyse

Met dit model breng je aan de hand van vijf vragen het gedrag van klanten (afnemers) in kaart. Je geeft antwoord op de vragen wie de huidige en potentiële klanten zijn, wat zij met de producten doen, waar zij deze kopen, wanneer zij dat doen en waarom zij dit wel of juist niet doen. Hierdoor krijg je inzicht in de kansen en bedreigingen vanuit het perspectief van je afnemers. De antwoorden kun je als input voor een SWOT-analyse of een marketingstrategie gebruiken.

8-Step Change Model

John Kotter heeft 8 factoren voor succesvolle verandering binnen organisaties geformuleerd: een urgentiebesef creëren, een leidende coalitie vormen, de visie en strategie bepalen, communiceren, de randvoorwaarden opstellen, kortetermijnsuccessen boeken, verbeteringen consolideren, en de veranderingen borgen. Dit levert een analysemodel op dat bruikbaar is voor scripties die zich met organisatieverandering en organisatieontwikkeling bezighouden.

BCG-Matrix

Met deze matrix, ontwikkeld door de Boston Consulting Group (BCG), vergelijk je de marktgroei en het marktaandeel van bepaalde producten of diensten met elkaar. Op basis van deze vergelijking kun je bepalen in welk segment een bedrijf meer moet investeren en in welk segment minder, en of het misschien bepaalde producten of diensten beter helemaal niet meer kan aanbieden. De BCG-Matrix wordt vaak gebruikt voor een portfolio-analyse.

Business Model Canvas

Met het Business Model Canvas van Alexander Osterwalder en Yves Pigneur maak je een bedrijfsmodel in één A4’tje inzichtelijk. Dit doe je aan de hand van 9 variabelen: klantsegmenten (customer segments), waardepropositie (value proposition), klantrelaties (customer relationships), kanalen (channels), inkomstenstromen (revenue streams), belangrijkste bedrijfsmiddelen (key resources), kernactiviteiten (key activities), belangrijkste partners (key partners) en kostenstructuur (cost structure). Van deze variabelen wordt de waardepropositie, de toegevoegde waarde die je met jouw product of dienst aanbiedt, ook als zelfstandige analyse-instrument gebruikt. Op basis van dit model krijg je inzicht in de vraag of het bedrijfsmodel goed in elkaar zit en, wanneer dat niet het geval is, waar verbeteringen nodig zijn.

Confrontatiematrix

Een confrontatiematrix helpt je om inzicht te krijgen in de relatie tussen een onderneming en de markt. De sterktes en zwaktes uit een SWOT-analyse zet je af tegen de kansen en bedreigingen uit de markt. Je ‘confronteert’ deze interne en externe factoren met elkaar, waardoor je inzicht krijgt in de zogenaamde markt-fit en in strategische issues. Met deze informatie kun je je marketingstrategie optimaliseren. Dit model wordt ook wel de output van de SWOT-matrix genoemd.

DESTEP-analyse

Door het uitvoeren van een DESTEP-analyse krijg je inzicht in de externe factoren (Demografisch, Economisch, Sociaal/cultureel, Technologisch, Ecologisch, Politiek/juridisch) die de omgeving van een onderneming bepalen. Hier kan de bedrijfsstrategie op aangepast worden. Inzichten uit de DESTEP-analyse kun je gebruiken als input voor je SWOT-analyse en voor de situatieanalyse van je marketingplan.

GAP-analyse

Met een GAP-analyse breng je de verschillen in kaart tussen de huidige identiteit van een bedrijf (hoe mensen nu tegen het bedrijf aankijken) en het gewenste imago (hoe het bedrijf over wil komen). Wanneer identiteit en imago niet overeenkomen, is er sprake van aan gap. Op basis van de GAP-analyse kun je een verbeterplan opstellen. De GAP-analyse wordt veel toegepast voor commerciële bedrijven, maar kan ook gebruikt worden voor de analyse van non-profit-organisaties die bepaalde doelgroepen willen bereiken.

Marketingmix

De marketingmix wordt vaak gebruikt als basis voor het ontwerpen van een marketingstrategie. De mix is bekend van de 4 P’s van Jerome McCarthy (Product, Prijs, Plaats en Promotie), later door Bernard Booms en Mary Jo Bitner aangevuld tot de 7 P’s (die helaas niet net zo mooi in het Nederlands omgezet kunnen worden; de Engelse termen zijn People (mensen), Process (proces) en Physical evidence (resultaat)). Om de gehele marketingstrategie te laten slagen zijn alle P’s van belang. Vaak doe je voor het invullen van de marketingmix een marktonderzoek, zodat je bij het invullen rekening kunt houden met de wensen en behoeftes van je doelgroep.

PDCA-cyclus

PDCA staat voor Plan-Do-Check-Act, oftewel de onderdelen van een continue verbeteringscyclus die is ontwikkeld door William Edwards Deming. Dit model wordt gebruikt om verandertrajecten in kaart te brengen die een kwaliteitsverbetering tot doel hebben. De cyclus bestaat uit het plannen van acties, het uitvoeren van deze acties, het checken van het resultaat en het eventuele bijstellen van de plannen naar aanleiding van de check. Dit model wordt veel toegepast in het onderdeel van je scriptie waarin je je aanbevelingen doet, of als analysemodel voor kwaliteitsverbeteringsvraagstukken.

SWOT-analyse

SWOT staat voor sterktes (Strenghts), zwaktes (Weaknesses), kansen (Opportunities) en bedreigingen (Threats). Door deze elementen in kaart te brengen krijg je inzicht in wat er goed en minder goed gaat binnen een bedrijf, afdeling, project, verkoopstrategie of evenement. De uitkomsten van deze analyse kun je gebruiken voor de input van andere modellen, zoals de confrontatiematrix. Omgekeerd kunnen de uitkomsten van andere modellen, zoals het 5W-model of de DESTEP-analyse, ook de input vormen van een SWOT-analyse.

Vijfkrachtenmodel

Volgens Michael Porter wordt elke bedrijfstak door vijf potentiële concurrentiekrachten beïnvloed: de macht van leveranciers, de macht van afnemers, de mate waarin er substituten en complementaire goederen verkrijgbaar zijn, de dreiging van nieuwe toetreders tot de bedrijfstak en de onderlinge concurrentie tussen deelnemers binnen de bedrijfstak. De sterkte van al deze krachten bepaalt hoeveel winstpotentieel er over is voor een bedrijf. De uitkomsten van een analyse op basis van het vijfkrachtenmodel kun je gebruiken om je marketingstrategie te versterken of als input voor een externe analyse.

ARCHIEF