De relatie tussen onderzoeksvragen en interviewvragen

Soms willen studenten van mij weten hoe ze hun onderzoeksvragen moeten ombouwen tot interviewvragen. In principe is mijn antwoord daarop tamelijk kort: niet. Het is in de meeste gevallen namelijk niet gewenst om onderzoeksvragen zo om te bouwen dat je ze direct kunt voorleggen aan respondenten.

In plaats daarvan bedenk je vragen die respondenten vanuit hun kennis en ervaring kunnen beantwoorden. Zo verzamel jij informatie waarmee jij als onderzoeker vervolgens een antwoord kunt formuleren op jouw onderzoeksvragen. Dat is immers ook jouw taak als onderzoeker: op grond van jouw expertise omtrent het onderwerp interpreteer je de antwoorden van je respondenten en beantwoord jij jouw onderzoeksvragen.

Hieronder leg ik kort uit hoe ik die relatie tussen onderzoeksvragen en interviewvragen zelf zie.

De rol van een monteur in een garage

Stel je voor dat je als monteur in een garage werkt. Je hebt je opleiding afgerond en je hebt jaren praktijkervaring. Zodoende weet je precies hoe een auto in elkaar zit en wat de gevolgen zijn als een onderdeel stuk is. Op een dag komt er een automobilist binnen met de vraag of je de auto wilt nakijken.

Je vraagt de automobilist wat er aan de hand is. De automobilist zal je waarschijnlijk iets kunnen vertellen over gekke geluiden of haperingen aan de auto, maar zal niet zeggen dat de remschijven versleten zijn, dat de banden moeten worden uitgebalanceerd, dat de bougies aan vervanging toe zijn, of dat de carburateur de problemen veroorzaakt. De automobilist is niet de expert; dat ben jij. Als expert kun jij op basis van het verhaal van de automobilist bepalen waar je het eerst naar zult moeten kijken.

Door het verhaal van de automobilist te koppelen aan jouw kennis van auto’s heb je vastgesteld wat je gaat onderzoeken. Je zou kunnen stellen dat je de ‘onderzoeksvraag’ ‘Waar moet ik bij deze auto als eerst naar gaan kijken?’ hebt beantwoord, simpelweg door de automobilist te vragen naar de ervaringen met de auto.

De rol van een onderzoeker in een scriptieonderzoek

De relatie tussen jouw onderzoeksvragen voor je scriptie en de interviewvragen die je aan respondenten stelt, is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met de hierboven geschetste situatie. Je hebt niet voor niets gestudeerd, en omdat jij je nog eens extra verdiept hebt in de relevante wetenschappelijke literatuur en theorieën, weet jij vrijwel alles van jouw onderwerp en van de variabelen die belangrijk zijn, en je weet in grote lijnen hoe die variabelen met elkaar samenhangen en elkaar beïnvloeden.

Jij weet nu net zoveel van jouw onderwerp als de monteur van auto’s. Wanneer jij nu respondenten gaat interviewen, is het belangrijk om vragen te bedenken die jouw respondenten vanuit hun persoonlijke ervaring kunnen beantwoorden.

Stel dat ik in mijn onderzoek naar het gebruik van publieke ruimten in Amsterdam wil weten welke functies het Erasmuspark heeft voor buurtbewoners. Wat ik dan kan doen om informatie te verzamelen, is – naast lange systematische observatie – mensen aanspreken die gebruikmaken van het park. Ik kan ze dan vragen stellen als ‘Wat vindt u van het park?’, ‘Wanneer komt u in het park?’, ‘Hebt u favoriete plekken in het park?’, etc.

Dit zijn vragen die mijn respondenten vanuit hun eigen ervaring kunnen beantwoorden. Op basis van die verzamelde data krijg ik een beeld van de manier waarop het park gebruikt en beleefd wordt. En het is die informatie die ik nodig heb, omdat ik vanuit mijn literatuurstudie weet dat ‘functie’ onder andere bestaat uit dimensies als ‘beleving’, ‘gebruik’ en ‘beeldvorming’. Vervolgens kan ik als onderzoeker op basis van wat mijn respondenten vertelden, mijn onderzoeksvragen gaan beantwoorden.

Hopelijk krijg je hiermee een beetje een beeld van de relatie tussen je onderzoeksvragen en je interviewvragen. Voor meer informatie hierover, of over het proces van operationaliseren dat hierbij van belang is, kun je altijd even contact met ons opnemen. In elk geval heel veel succes met je onderzoek!

ARCHIEF