Literatuur zoeken: wanneer is het genoeg?

Je bent al tijden bezig met literatuuronderzoek, maar je blijft twijfelen of je wel genoeg modellen hebt. Of je zoekt maar door, terwijl je ergens wel weet dat dit niet is wat je moet doen. Het kost je veel tijd en levert vooral meer en meer verwarring op. Wanneer is het eigenlijk genoeg en moet je stoppen? Deze vraag komt typisch voor bij een literatuurstudie omdat de mogelijkheden daar zo oneindig zijn. Als je in je theoretisch kader een onderwerp hebt als ‘gedragsverandering’, ben je waarschijnlijk jarenlang bezig om alles over dat onderwerp te lezen. In dit blog enkele tips om jezelf te beteugelen.

Tip 1: Werk doelgericht

Als je eenmaal je onderzoeksvragen hebt opgesteld, en je hebt al een beetje rondgelezen, dan kun je een (voorlopige) argumentatie gaan opstellen: een redenering die logisch uitmondt in jouw onderzoeksvraag en hypothese(n), of een logische opbouw van theorieën en modellen, bijvoorbeeld van breed naar specifiek. Schrijf dan alle denkstappen in jouw argumentatie in korte, heldere zinnen op. Probeer de draad van dit verhaal in eerste instantie zo strak mogelijk te houden – uitweiden (en aanpassen) kan altijd nog. Ter inspiratie kun je eens kijken naar de opbouw van de inleidingen van artikelen die door anderen zijn geschreven. Meerdere wegen leiden naar Rome, dus probeer verschillende vormen uit, en kies dan de vorm die jou het meest logisch lijkt.

Deze opbouw is het uitgangspunt dat richting geeft aan jouw verdere zoektocht: je gaat al je denkstappen onderbouwen. Met een helder doel voor ogen kun je gemakkelijker diagonaal lezen en scannen: je weet immers waar je naar op zoek bent. Beantwoord aan de hand van deze opbouw steeds de belangrijkste vraag: hoe is dit artikel relevant voor mijn verhaal?

Tip 2: Werk georganiseerd

Vaak ontaardt een literatuurzoektocht in een grote bende aan losse bestanden, tabbladen in je browser, samenvattingen, referenties enzovoorts. Vervolgens zie je door de bomen het bos niet meer. Werk daarom georganiseerd: beschrijf voor elk artikel, indien mogelijk in één zin, hoe je het zou kunnen gebruiken; welk argument het bevat. Plaats het dan bij de betreffende denkstap in jouw schema. Noteer van het artikel in elk geval de auteur(s) en het jaartal, zodat je het gemakkelijk terug kunt vinden. Voeg eventueel ook de samenvatting, relevante stukken tekst of bruikbare modellen uit het artikel toe. Om alle gegevens helder in beeld te brengen zou je een tabel kunnen maken, met kopjes als: denkstap – argument – auteur – jaartal – samenvatting. Je kunt alles nu in één oogopslag zien: welke denkstappen heb ik nu goed onderbouwd, en welke denkstap is nog leeg? Zet artikelen die wel interessant zijn, maar nu niet direct essentieel lijken, niet in dit schema, maar bewaar ze in een schaduwbestand. Je bent de informatie dan niet kwijt, maar het zit jou ook niet de hele tijd af te leiden en in de war te brengen. Schrijf ook hier weer per artikel op hoe je het zou kunnen gebruiken. Je kunt in een latere fase nog gemakkelijk bekijken of je nog iets uit dit bestand kunt gebruiken. Verder laat je de informatie in dit bestand even rusten, hoe leuk het misschien ook moge zijn om het allemaal te lezen!

Tip 3: Gebruik de juiste zoektermen

Vaak blijft de angst bestaan dat je een belangrijk artikel over het hoofd hebt gezien. Dit kun je voorkomen door de juiste zoektermen te gebruiken. Elk artikel bevat zoektermen waarmee het in de zoekmachines gevonden kan worden. Doorgaans heb je wel een eerste artikel als uitgangspunt; bekijk daarvan dus eerst de zoektermen. Verder zitten er in dat artikel vast ook verwijzingen naar andere artikelen die wellicht weer net iets andere zoektermen gebruiken, die jij ook weer kunt uitproberen. Werk ook hierin georganiseerd: houd jouw zoekgeschiedenis bij (de zoektermen, hun combinaties en eventuele afbakeningen, zoals de periode) om te kunnen zien waarop je al wel en nog niet gezocht hebt, zodat je niets vergeet of juist niets dubbel zit te doen.

Tip 4: Selecteer, en hanteer je eigen structuur

Je hoeft niet de structuur van een gevonden artikel aan te houden. Je mag best een selectie van informatie uit het artikel gebruiken, of verschillende stukken informatie uit het artikel verspreiden over meerdere denkstappen in jouw schema, zolang je de feiten maar niet verandert. Jij hebt wellicht een heel ander verhaal te vertellen, en het gaat erom dat jij de relevante feiten weergeeft op een logische plaats in jouw argumentatie.

Tip 5: Vermijd vermijding

Blijf je bewust van de vraag waarom je nog verder aan het zoeken of lezen bent. Het kan goed zijn dat je met het lezen iets anders moeilijks of spannends aan het vermijden bent, zoals het maken van een lastige keuze, het opstarten van een nieuw hoofdstuk of het begrijpen van een ingewikkeld artikel. Het lijkt dan nuttig om nog wat nieuws te lezen, maar dat is het eigenlijk niet. Wees dapper en ga datgene doen wat je wilde vermijden. Hak die knoop door, begin met schrijven, lees het moeilijke artikel nog eens of overleg met anderen: zet je energie in op de juiste plek!

Tip 6: Stop

Als je alle denkstappen in jouw argumentatie onderbouwd hebt, en je hebt een aardig beeld geschetst in het verhaal, stop dan met zoeken. Je weet in principe genoeg. Leg eventueel ook jouw raamwerk voor aan een docent om te laten controleren of je uitvoerig genoeg bent. Literatuur toevoegen kan altijd nog! Besef bovendien: je kunt niet alles lezen. ‘Gewoon goed’ is goed genoeg!


Loop je vast met je literatuuronderzoek of twijfel je of je theoretisch kader in orde is? Kom dan langs bij Studiemeesters voor scriptiebegeleiding. Onze scriptiespecialisten helpen je verder.

Meld je aan

ARCHIEF