Het theoretisch kader en de rol van wetenschappelijke literatuur in de scriptie

Het schrijven van een theoretisch kader en het verwerken van wetenschappelijke literatuur in je scriptie kan best lastig zijn. Als je begrijpt wat de functie van de theorie in je scriptie is, wordt het makkelijker om erover te schrijven. Om het procedé inzichtelijk te maken zullen we de scriptie met een talkshow vergelijken.

De talkshow-vergelijking

Het ‘kunstje’ dat je met je scriptie moet laten zien, is het vergelijken van theorie en praktijk. De theorie is het ideaalplaatje, “zo zou het moeten gaan” volgens de onderzoekers. In jouw scriptie ga je na wat je daar in de praktijk van herkent en ga je de verschillen, maar ook de overeenkomsten verklaren. Je kunt je literatuurhoofdstuk of je theoretisch kader als een soort discussie zien waarbij jij de gespreksleider bent – en de theorieën of modellen zijn de sprekers, jouw gasten aan tafel.

Talkshow-host

Hoe maak je een discussie interessant? Dat is in de eerste plaats door mensen uit te nodigen die relevant zijn voor en daadwerkelijk verstand hebben van het thema van jouw scriptie. En dan? Vraag je sprekers die het met elkaar eens zijn, die elkaar aanvullen of die juist tegenovergestelde meningen hebben?

Jij bepaalt de volgorde waarin ze aan bod komen en maakt de bruggetjes tussen de sprekers om daarmee de luisteraar ‘bij de les’ te houden, bijvoorbeeld door te zeggen: “U hoort het, mevrouw X zegt dit erover … ik weet dat u een andere mening hebt…”, of: “U heeft eerder ook onderzoek gedaan naar dit onderwerp: wat vindt u van de beweringen van meneer P?”

Jij leidt het gesprek dus door meningen te verzamelen, tussentijds samen te vatten, richting te geven tot wat uiteindelijk een soort conclusie wordt van waar de partijen nu staan: wat heeft het vergelijken van de verschillende opvattingen opgeleverd aan standpunten? Komen ze overeen of “do we agree to disagree”? Alles kan!

Met een overzicht en een conclusie naar aanleiding van de discussie sluit jij de bijeenkomst af. Je hebt dan relevante theorie over je onderwerp besproken en kunt kijken of de ‘ideaalbeelden’ van de sprekers wel of niet terugkomen in de praktijk: zo ontstaan je onderzoeksvragen!

Feiten checken

Die onderzoeksvragen neem je vervolgens mee in de methodologie. Pas wanneer je weet wat je gaat onderzoeken, kun je immers gaan bepalen hoe je iets gaat onderzoeken: middels interviews, observaties, een experiment, een enquête of een combinatie van verschillende methoden. Als je eerst je onderzoek doet en dan pas theorie erbij gaat zoeken, loop je het risico dat blijkt dat je een verkeerde methodiek hebt gekozen, of dat je niet helemaal de juiste vragen hebt gesteld en dus bepaalde belangrijke concepten uit je model of theorie niet gemeten hebt.

Grote kans dat je dan niet alle informatie hebt verzameld om bijvoorbeeld een model goed in te vullen. Je gaat dan ook in omgekeerde volgorde je methodologie opbouwen, waardoor je het risico loopt erachter te komen dat je beter een enquête had kunnen houden, maar daar geen tijd meer voor hebt…. Dit gaat dan vooral ten koste van de validiteit: meten wat je wilde meten. Of in dit geval: achteraf bedacht hebben wat je wilde meten…

Napraten

Wat komt er uit die vergelijking tussen theorie en praktijk? Is er bijvoorbeeld sprake van een andere respondentengroep (groter, kleiner, anders…) of was de onderzoeksperiode verschillend (meestal korter), of had je misschien een andere onderzoeksmethode? Al deze zaken kunnen leiden tot een afwijking van de theorie of een niet helemaal betrouwbaar resultaat.

Dat hoeft niet meteen een ramp te zijn; het gaat erom dat je hebt laten zien dat je weet wat de relevante theorie was bij dit onderwerp (de ‘interessante sprekers’) en dat je hebt laten zien dat je weet hoe je daarop een onderzoek kunt bouwen. In je discussie- of reflectiehoofdstuk (bij de verschillende opleidingen worden verschillende namen gebruikt) kun je dan aangeven hoe dat op grond van de verkregen inzichten op een andere manier zou kunnen worden aangepakt. Ook dat is belangrijk, en je krijgt er punten voor – je kunt immers niet alles voorzien, maar achteraf aangeven dat je beseft hoe het beter had gekund, hoort ook bij de kennis waarvan ze willen dat je die toont bij je afstuderen.


Nu je begrijpt wat het doel van theorie in je scriptie is, kun je er waarschijnlijk mee aan de slag. Zit je vast met het schrijven van je theoretisch kader? Of is het je toch nog niet helemaal duidelijk? Maak dan een afspraak met één van onze specialisten in Amsterdam, Utrecht, Eindhoven of Rotterdam. Studiemeesters beantwoordt al je vragen zodat je meteen weer verder kunt met je scriptie.

Meld je aan voor een kennismaking

ARCHIEF