Enquête opstellen – 14 tips voor goede enquêtevragen

Hoe maak je een enquête? De resultaten van een enquête moeten voldoende inzicht geven om je in staat te stellen de hoofd- en deelvragen van je onderzoek te beantwoorden. Dat lukt alleen met goede enquêtevragen. Daarom zetten we in dit blog 14 tips voor het opstellen van een enquête op een rij.

1. Baseer je enquête op theorie

De enquête is een meetinstrument voor kwantitatief scriptieonderzoek. Voor een afstudeeronderzoek mag je niet zomaar, op basis van je gevoel, een aantal enquêtevragen uitwerken. Je moet (kern)begrippen uit je onderzoeksvraag op basis van theorie vertalen naar meetbare termen (=operationaliseren). Gebruik daarbij een operationeel schema als hulpmiddel. Dat is een schema waarmee je kernbegrippen via dimensies en indicatoren uitwerkt in enquêtevragen (Baarda & De Goede, 2006). Maak daarbij gebruik van theorieën en modellen uit je theoretisch kader. Vergeet niet in je methodenhoofdstuk uit te leggen hoe je dit hebt aangepakt (=verantwoording meetinstrument). Verwijs daarbij naar het operationeel schema, dat je opneemt in je bijlagen. Een voorbeeld van een deel van een operationeel schema vind je onderaan dit artikel.

2. Wees zuinig met open enquêtevragen

Bij open vragen formuleert een respondent zelf het antwoord op een vraag. Bij gesloten antwoorden geeft de respondent antwoord door één of meer antwoordmogelijkheden te selecteren. Een schriftelijke (online) enquête bevat weinig open vragen, want je kunt niet doorvragen nadat iemand een antwoord heeft geschreven (Zijn er nog andere dingen? Kunt u daar wat meer over vertellen?). Aangezien mensen het moeilijk vinden om antwoorden spontaan te formuleren, kun je er zonder doorvragen niet van uitgaan dat de antwoorden volledig zijn (Van der Pligt & Blankers, 2013). Daarom gebruik je weinig open vragen in schriftelijke (online) enquêtes. Een enquête bevat slechts enkele open vragen ter toelichting van gesloten vragen (Harinck, 2010).

3. Gebruik niet te veel vaktermen en moeilijke woorden

Bij het opstellen van een schriftelijke of een online enquête zet je theoretische begrippen om in meetbare termen, maar ook in begrijpelijke termen. Kies dus voor woorden die de onderzoeksdoelgroep begrijpt. Wanneer je bijvoorbeeld een enquête maakt voor medewerkers en inzicht wilt krijgen in de mate van arbeidssatisfactie, dan gebruik je dat laatste woord niet in je enquête, maar vraag je naar de voldoening die mensen uit hun dagelijkse werkzaamheden halen.

4. Vermijd onduidelijke enquêtevragen

Bij onduidelijke vragen loop je het risico dat mensen je vraag niet goed begrijpen. Wat heb je dan aan de antwoorden? De volgende drie factoren maken een vraag onduidelijk:

1) Globale, algemene termen
Zulke termen worden verschillend opgevat door mensen. Stel dat je vraagt hoe vaak mensen ‘de stad in gaan’. Dan denkt de één misschien aan winkelen en de ander aan een avondje stappen (Van der Pligt & Blankers, 2013). Wat wilde jij precies weten? Gebruik woorden die zo concreet zijn dat er geen ruimte overblijft voor eigen interpretatie. Gebruik ook geen spreekwoorden of spreekwoordelijke uitdrukkingen.

2) Meervoudige vragen, oftewel cocktailvragen
Hierbij worden meerdere vragen in één gesteld, terwijl de respondent maar één antwoord kan geven (Van der Pligt & Blankers, 2013). Een voorbeeld van een cocktailvraag is:

Vind je de nieuwste iPhone aantrekkelijk vormgegeven en zou je deze aanschaffen?
Zeker niet / Zeker wel.

Stel dat ik de iPhone mooi vind, maar hem niet wil kopen. Welk antwoord moet ik dan aanvinken?

3) Dubbele ontkenningen
Deze leiden tot fouten bij het invullen van de enquête. Bij een dubbele ontkenning staat er een ontkenning (‘niet’ of ‘geen’) in de vraag én in het antwoord (Helemaal niet mee eens / Niet mee eens / Neutraal / Mee eens / Helemaal mee eens). Kijk eens naar de volgende vraag:

Politici zouden niet mee moeten doen aan spelprogramma’s.
Niet mee eens / Mee eens.

Het risico bestaat dat iemand hier Niet mee eens aanvinkt, omdat hij vindt dat politici niet moeten meedoen aan spelprogramma’s. Snap jij het nog?

5. Vermijd sturende enquêtevragen

Bij een sturende vraag worden respondenten beïnvloed door de manier waarop de vraag gesteld wordt. Daarmee verstoor je onbedoeld je resultaten. Bij een sturende vraag is de mening van de onderzoeker zichtbaar. Als een vraag een mening bevat, zijn mensen geneigd om ermee in te stemmen. De neiging tot instemmen is nog groter bij onderwerpen waar mensen geen duidelijke mening over hebben en waarbij mensen weinig gemotiveerd zijn om echt na te denken (Van der Pligt & Blankers, 2013). Een voorbeeld van een vraag die een mening bevat, is:

Nederland moet zeker in de EU blijven.

Stel dat de EU een respondent weinig interesseert. Door de formulering van de vraag is hij geneigd om Mee eens aan te vinken, maar eigenlijk heeft hij geen idee. Wat heb je aan zo’n antwoord?

6. Vermijd sturende antwoordmogelijkheden

Probeer ook je antwoordmogelijkheden zo neutraal mogelijk en zo eenduidig mogelijk te verwoorden. Antwoordmogelijkheden moeten bovendien volledig zijn, anders zijn ze alsnog sturend (Van der Pligt & Blankers, 2013). Stel dat je vraagt hoe vaak mensen uit eten gaan en de antwoorden zijn Eén keer per week en Eén keer per maand, wat moet iemand die om de twee weken uit eten gaat dan invullen?

7. Maak gebruik van antwoordschalen

Maak waar mogelijk gebruik van Likertschalen. Een Likertschaal is een serie van vijf of zeven meerkeuzeantwoorden, waarmee je begrippen die lastig kwantificeerbaar zijn, toch meetbaar kunt maken. Je begint een vraag bijvoorbeeld met In hoeverre bent u tevreden over… en geeft daarbij een 5-punts Likertschaal die loopt van Zeer tevreden tot Zeer ontevreden. Of je geeft een aantal stellingen (bijvoorbeeld: Ik vind het maken van enquêtes makkelijk) en geeft daarbij een Likertschaal die loopt van Zeer mee eens tot Zeer mee oneens. Let goed op dat het woord in je vraag goed past bij de antwoorden. Een voorbeeld van een slechte match is de vraag In hoeverre heeft u behoefte aan… met als antwoord een schaal die loopt van Bijna nooit tot Altijd.

8. Varieer (indien mogelijk) antwoordvolgordes

De volgorde van antwoordopties heeft lichte invloed op antwoordtendensen. Mensen zijn namelijk iets meer geneigd de eerste en laatste antwoorden uit een rijtje aan te vinken. In onderzoeksmethodologie noemen we dit recency en primacy effects (Van der Pligt & Blankers, 2013). Variatie van antwoordvolgordes vermindert de invloed van deze effecten op de resultaten. Deze tip is natuurlijk alleen van toepassing op antwoorden op nominaal meetniveau, dat wil zeggen: als er geen sprake is van een schaal met een vaste antwoordvolgorde. Het is overigens niet altijd mogelijk om dit in te stellen met de enquêtetools die studenten vaak gebruiken voor het maken van online enquêtes en digitale enquêtes (zoals ThesisTools, SurveyMonkey, Qualtrics, SurveyGizmo of Typeform).

9. Maak je enquête niet te lang en niet te kort

Er zijn geen standaardregels voor de lengte van enquêtes. De ideale lengte van je vragenlijst hangt af van de complexiteit en de grootte van je onderzoeksonderwerp. Je vragenlijst moet zoveel vragen bevatten als jij nodig hebt om je begrippen goed te meten. Dat is dus voor elk onderzoek anders.

Hoe weet je of je genoeg vragen hebt?
Als jij je enquêtevragen ontwerpt met een operationeel schema, dan zie je in één oogopslag of je enquête compleet is. Je hoeft dan niet ‘voor de zekerheid’ extra vragen toe te voegen. Het is ook niet nodig om op meerdere manieren naar dezelfde dingen te vragen om te controleren of mensen hun antwoorden goed invullen.

Vindt de respondent de vragenlijst niet te lang?
Nogmaals, je vragenlijst moet zoveel vragen bevatten als jij nodig hebt om je begrippen goed te meten. Houd wel ook rekening met je doelgroep. Stel dat je ernstig zieke mensen of zwakbegaafden interviewt, dan moet je het zeer kort houden. Presenteer je vragenlijst zodanig dat hij niet onnodig lang líjkt: Je enquête lijkt bijvoorbeeld wat korter als je stellingen met gelijke antwoordschalen in één tabel (matrixvraag) plaatst. Maak zo’n tabel niet te groot. Per matrix neem je 8 á 10 stellingen. Heb je bijvoorbeeld 20 stellingen, dan maak je daar 2 matrixvragen van.

10. Vraag ook naar achtergrondvariabelen

Achtergrondgegevens of sociaal-demografische variabelen zoals leeftijd, geslacht en opleidingsniveau (Harinck, 2010) geven een beeld van de samenstelling van de groep mensen die je enquête invult. Zonder deze gegevens kun je geen uitspraken doen over de representativiteit van je steekproef.

11. Zet je vragen in een logische volgorde

Ga in je vraagvolgorde van globaal naar specifiek (Harinck, 2010) en van ‘spontaan’ naar ‘geholpen’. Zo voorkom je dat ‘specifiek’ het antwoord op ‘globaal’ beïnvloedt en dat de opties van ‘geholpen’ antwoorden de spontane associatie beïnvloeden. Een voorbeeld van ‘spontaan’:

Wat zijn de eerste drie woorden waar je aan denkt bij [merknaam]?

Een voorbeeld van ‘geholpen’:

Vink de woorden aan die jij goed vindt passen bij [merknaam].

Zet vragen die over hetzelfde onderwerp gaan bij elkaar (Harinck, 2010). De volgorde moet logisch zijn voor de respondent. De volgorde van de enquêtevragen hoeft daarom niet overeen te stemmen met de volgorde van je deelvragen of de volgorde van modellen en theorie. Bij de presentatie van de antwoorden in je resultatenhoofdstuk kun je dan gerust weer de volgorde van de deelvragen of modellen aanhouden.

12. Test je vragenlijst

Laat enkele mensen uit je onderzoeksdoelgroep alvast de vragenlijst invullen. Begrepen ze de vragen? Waren er onduidelijkheden? Kon iedereen overal antwoord op geven? Zo niet, verbeter dan je vragenlijst waar nodig. Vermeld in je methodenhoofdstuk dat je de vragenlijst hebt getest en aangepast. Gebruik je een online enquête of een digitale enquête? Download dan de testresultaten van je enquêtetool en controleer of de antwoorden er in de gewenste vorm uit komen.

13. Schrijf een nette instructie

Schrijf een instructie/inleiding/uitnodiging waarin je de volgende punten bespreekt:

  • voor wie de vragenlijst is bedoeld;
  • over welk onderwerp de vragenlijst gaat;
  • waar de resultaten voor worden gebruikt;
  • hoe lang het duurt om de vragenlijst in te vullen;
  • of deelname aan de enquête anoniem is.

Vergeet niet een kopie van zowel de instructie als de vragenlijst op te nemen in de bijlagen van je scriptie of onderzoeksrapport. Een voorbeeld van een uitnodigingstekst vind je onderaan dit artikel.

14. Vraag een akkoord van je begeleider

Vraag indien mogelijk je scriptiebegeleider om feedback vóór je respondenten werft. Het is vervelend dat je nog even moet wachten met de dataverzameling, maar het is de moeite waard: Stel dat je voor dat je opnieuw 384 respondenten moet werven omdat je enquête niet goed bleek te zijn…

Tot slot

Heb je eenmaal een goede enquête, dan ben je klaar om je veldwerk te starten. Voer een sample size calculation uit en kies een steekproefmethode. Heel veel succes!


Bronnen

Baarda, D.B., & De Goede, M.P.M. (2006). Basisboek methoden en technieken. Groningen: Wolters Noordhoff.

Harinck, F. (2010). Basisprincipes praktijkonderzoek. Antwerpen: Garant.

Van der Pligt, J. & Blankers, M. (2013). Survey-onderzoek. De meting van attitudes en gedrag. Den Haag: Boom Lemma.


Tabel 1. Voorbeeld van de uitwerking van een kernbegrip in een operationeel schema

BegripDimensieIndicatorEnquêtevraag ‘arbeidsbelasting’
arbeidsbelasting
definitie: de mate van fysieke en psychische druk die als gevolg van het werk ervaren wordt
fysieklichamelijk gespannen

vermoeidheid

pijn

Hoe vaak ervaart u…
psychischplezier in werk ontbreekt

niet aan iets anders kunnen denken

lusteloosheid

In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen…


Voorbeeld van een begeleidende e-mail

Beste medewerker,

Voor mijn afstudeeronderzoek naar de medewerkerstevredenheid worden alle medewerkers van [naam opdrachtgever] uitgenodigd om een enquête in te vullen. De online vragenlijst bestaat uit zo’n twintig vragen over het werk. Het invullen neemt 5 tot 10 minuten in beslag. Deelname aan het onderzoek is anoniem: de individuele antwoorden van medewerkers worden niet gedeeld met het management. Onder de deelnemers worden vier boekenbonnen ter waarde van €25,- verloot. Vergeet niet om aan het einde van de vragenlijst uw e-mailadres in te vullen als u kans wilt maken op een boekenbon.

Alvast bedankt voor uw deelname.

Klik hier om de enquête te starten: [link invoegen]

Met vriendelijke groet,

Daan de Jong
Student HRM aan de Hogeschool van Amsterdam

ARCHIEF